Samen Onder Handbereik: ‘Gereedschap voor betere samenwerking rond veiligheid’
Met Samen Onder Handbereik werkt…
Lees verderNieuws en ontwikkelingen
Op deze pagina delen we nieuws en ontwikkelingen rondom Veiligheid Voorop en de samenwerking binnen het Landelijk Netwerk Zorg & Straf. Hier lees je over nieuwe inzichten, praktijkervaringen en veranderingen die van invloed zijn op ons gezamenlijke werk. Ook vind je hier updates over doorontwikkeling van bestaande werkwijzen en relevante thema’s binnen de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Zo houden we elkaar op de hoogte!
Met Samen Onder Handbereik werkt…
Lees verder →
Voetbalplaatjes die je juist niet…
Lees verder →
Minister David van Weel bracht…
Lees verder →
Met Samen Onder Handbereik werkt het Landelijk Netwerk Zorg-Straf aan betere samenwerking rond mensen en gezinnen waar zorgen over veiligheid spelen. Jasper Vonk van het ministerie van Justitie en Veiligheid en Pieter van Mourik van Veilig Thuis leggen uit waarom informatievoorziening daarbij een voorwaarde is om sneller te kunnen doen wat nodig is. “De professional moet kunnen voelen: ik kan een goed besluit nemen, omdat ik de informatie heb die nodig is.”
| Jasper Vonk werkt bij het ministerie van Justitie en Veiligheid. Zijn collega’s noemen hem een netwerkregisseur, maar hij noemt zichzelf vooral ketenprojectleider: iemand die concrete projecten in netwerkverband verder helpt. Binnen Samen Onder Handbereik werkt hij aan de vraag hoe informatievoorziening kan bijdragen aan betere samenwerking tussen zorg, straf en sociaal domein. Zijn drijfveer ligt bij de beschermingskant van het werk. “Ik help liever daar waar het nog kan, in plaats van aan de strafkant.” |
| Pieter van Mourik is manager van Veilig Thuis Zuid-Holland Zuid, dat werkt voor tien gemeenten in de regio. Daarnaast is hij vanuit het Landelijk Netwerk Veilig Thuis betrokken bij de portefeuille Informatievoorziening. Ook al is hij geen hardcore ICT’er, hij is nauw betrokken bij het informatiesysteem dat Veilig Thuis gebruikt. De samenwerking binnen het Landelijk Netwerk Zorg-Straf ziet hij als cruciaal: “We hebben het netwerk nodig om effectief samen te kunnen werken.” |
Wie rond een persoon of gezin werkt aan veiligheid, werkt zelden alleen. Veilig Thuis, politie, Openbaar Ministerie, Raad voor de Kinderbescherming, jeugdbescherming, reclassering, gemeenten, wijkteams of ggz kunnen allemaal betrokken zijn. Ieder vanuit een eigen opdracht, een eigen systeem en een eigen verantwoordelijkheid. Maar de situatie waarover zij zich buigen, is dezelfde.
Daar kan het wringen. Informatie is er wel, maar komt niet altijd op tijd, op maat of op de juiste plek terecht. Professionals willen samenwerken, maar worden daar in de praktijk nog onvoldoende voor toegerust. Samen Onder Handbereik wil dat veranderen: met concrete samenwerkfuncties die professionals helpen sneller overzicht te krijgen, beter te beslissen en eerder te doen wat nodig is.
Jasper gebruikt graag het beeld van een aannemer. Stel je voor, zegt hij: je huurt iemand in die komt voorrijden in een busje. De achterklep gaat open en daar ligt al het gereedschap dat nodig is om het werk goed te doen. Maar de professional in het jeugd-, zorg- en veiligheidsdomein werkt volgens hem nog te vaak met te weinig gereedschap. “Het gereedschap waar de professional in het jeugdzorg- en veiligheidsdomein mee is uitgerust, is een verouderde Nokia 3210”, gebruikt hij nog een metafoor. “Maar die professional wordt wel geacht met tal van professionals samen te werken en de juiste informatie op het juiste moment te delen met de juiste partner.” Samen Onder Handbereik moet die gereedschapskist worden, als praktische ondersteuning voor professionals die in complexe situaties met elkaar moeten samenwerken.
‘Professionals zijn nu nog uitgerust met een verouderde Nokia 3210’
Pieter herkent dat vanuit de praktijk van Veilig Thuis. Hij weet inmiddels hoe bepalend systemen zijn voor het werk. “Binnen mijn sector staat ‘mensen helpen’ logischerwijs bovenaan. Maar ik zeg daar altijd bij: ICT is de aorta van de organisatie. Je bent ervan afhankelijk.” De blik van Pieter op Samen Onder Handbereik komt vanuit de dagelijkse praktijk van Veilig Thuis. “Ik kijk: hoe kunnen professionals sneller weten welke partners betrokken zijn, welke informatie beschikbaar is en welk besluit nodig is? Voor mij moet informatievoorziening vooral helpen om medewerkers beter te ondersteunen, zodat zij minder tijd kwijt zijn aan zoeken en meer ruimte hebben voor het goede gesprek en het juiste besluit.”
Samen Onder Handbereik probeert voor al die stappen praktische instrumenten te ontwikkelen. Niet door een nieuw systeem bovenop bestaande systemen te zetten, maar door professionals vanuit hun eigen informatievoorziening beter te verbinden met het netwerk. ‘Informatie bij de bron ter inzage’ is daarbij een belangrijk uitgangspunt. De informatie blijft waar die hoort: bij de organisatie die ervoor verantwoordelijk is. Maar relevante signalen, besluiten of acties moeten wel beschikbaar kunnen komen voor partners die die informatie nodig hebben om hun taak goed te doen.
Voor Pieter zit de kern in een op het oog simpele beweging: van eenrichtingsverkeer naar tweerichtingsverkeer. Of, zoals hij het liever noemt, een verkeersplein. “Uiteindelijk ben je een radertje in de keten. Je doet je werk. Waar we hier vooral mee bezig zijn: op faciliterende wijze kijken hoe informatie die van mij is, zo snel mogelijk bij een ander is – en vice versa.”
Binnen Samen Onder Handbereik zijn vijf stappen van netwerksamenwerking benoemd: verbinding aangaan, samen onderzoeken, samen beslissen, doen wat werkt en samen leren. Daaronder liggen vijftien zogenoemde samenwerkfuncties. De gedachte daarachter is eenvoudig: in elk complex veiligheidsvraagstuk moeten professionals ongeveer dezelfde beweging maken. Eerst moet duidelijk worden wie betrokken zijn bij een persoon of gezin. Daarna moet informatie worden verrijkt, onderzocht en geduid. Vervolgens moeten partijen samen beslissen wat nodig is, afspraken vastleggen, acties uitvoeren, monitoren en waar nodig bijsturen.
Een van de eerste concrete toepassingen binnen Samen Onder Handbereik zijn de VT Verrijkingsverzoeken. In gewone taal: Veilig Thuis moet bij een melding snel kunnen nagaan of een persoon of gezin bekend is bij andere partners, zoals politie, Raad voor de Kinderbescherming of andere organisaties. Om te weten: wie is er al betrokken? Waar zit relevante informatie? En waar moeten we zijn om een goede veiligheidsinschatting te kunnen maken? “Als je dat niet weet, sta je al met 1-0 achter”, weet Pieter. Voorheen betekende dat vaak bellen, mailen, zoeken, wachten en soms ook vergeten. Of pas laat ontdekken dat een andere organisatie cruciale informatie had. “Met de verrijkingsfunctie wordt die eerste check geautomatiseerd.”
‘Zonder complete informatie
sta je al met 1-0 achter’
Voor Jasper is dit een belangrijk voorbeeld van hoe Samen Onder Handbereik werkt: niet groots beginnen met een allesomvattend systeem, maar een concreet samenwerkingsprobleem beetpakken, daar een functie voor ontwikkelen en die vervolgens breder toepasbaar maken. De winst zit volgens hem op twee niveaus. Er is administratieve lastenverlichting, belangrijk in een sector waar mensen al overlopen van werk. Maar er is ook kwaliteitswinst: de uitvraag wordt eenduidiger, betrouwbaarder en minder afhankelijk van toevallige contacten. “Je hoeft niet meteen een hele doopceel te lichten”, benadrukt Jasper. “Je wilt weten wat cruciaal is voor de juiste afslag bij de betreffende melding.”
Informatie delen in het zorg- en veiligheidsdomein is gevoelig. Dat moet ook, zeggen beiden. Het gaat om kwetsbare mensen, ernstige zorgen en gegevens die niet zomaar rond mogen gaan. Maar die terechte voorzichtigheid kan ook omslaan in handelingsverlegenheid. “Privacy wordt snel als troefkaart gebruikt”, zegt Jasper. “Er wordt gezegd: AVG, dat mag niet. Iedereen roept dat, of je er nu wel of geen kaas van hebt gegeten.” Hij begrijpt waar die reflex vandaan komt. “Professionals werken onder grote verantwoordelijkheid. Ze hebben beroepsnormen, registraties, toezicht en inspecties. Een fout kan grote gevolgen hebben. Dus men is zeer terughoudend in delen, laat staan dat je dat door automatisering verder vergemakkelijkt.”
Samen Onder Handbereik probeert die zorgvuldigheid niet te omzeilen, maar juist beter te organiseren. De vraag is steeds: welke informatie is nodig, voor welk doel, door wie, op welk moment en binnen welke bevoegdheid? Door dat gezamenlijk te ontwerpen, ontstaat meer houvast. Niet ieder voor zich uitzoeken wat wel of niet mag, maar als netwerk duidelijke afspraken maken over doelbinding, proportionaliteit en verantwoordelijkheid.
De grotere beweging achter Samen Onder Handbereik is die van een estafettemodel naar een netwerkmodel. In het estafettemodel draagt de ene organisatie informatie over aan de andere. Daarna gaat de volgende partij ermee verder. Elk bericht is vaak specifiek ingericht voor twee partijen, met eigen begrippen, eigen afspraken en eigen techniek. Dat past steeds minder bij complexe casuïstiek waarin meerdere partners tegelijk betrokken zijn. “Je ziet dat er wel wordt samengewerkt”, zegt Pieter, “maar ook dat er nog regelmatig informatie wordt gemist.”
In een netwerkmodel blijven partijen werken vanuit hun eigen taak en eigen systeem, maar ontstaat er meer gezamenlijk overzicht. Dus niet alleen een overdracht, maar gezamenlijk onderzoeken, besluiten en handelen. Voor Pieter is de kernvraag heel concreet: “Lukt het om als netwerk sneller betere besluiten te nemen? Ik denk dat het scheelt als je deze informatie dichter en vaker bij elkaar brengt. Dan krijg je eerder een besluit en krijgt een persoon of gezin eerder hulp of een maatregel.”
De verrijkingsverzoeken zijn een begin. Samen Onder Handbereik kijkt verder. Een voorbeeld waar Jasper aan werkt, is het ontsluiten van uitkomsten van een casusoverleg. “Als OM, politie en Veilig Thuis rondom een gezin met alle goede intenties gedegen afspraken maken, moeten die afspraken worden geborgd in de informatievoorziening van de betrokken partijen”, geeft Jasper aan. “Zodat je er op het moment suprême daadwerkelijk uitvoering aan kunt geven.” Bijvoorbeeld een afspraak dat een wijkagent iemand wekelijks treft. Of dat het OM in een bepaalde situatie opdracht geeft tot dossiervorming. Of dat bij een nieuw incident direct duidelijk is welke afspraak eerder is gemaakt.
De noodzaak van samenwerken is evident, maar in de praktijk blijft het een uitdaging. Elke organisatie heeft een eigen wettelijke opdracht, eigen financiering, eigen verantwoordingslijnen en eigen werkdruk. “Iedereen heeft zijn eigen taak en verantwoordelijkheid en probeert die naar eer en geweten zo goed mogelijk te doen”, benadrukt Jasper. “Maar als je met elkaar rondom dat gezin moet staan, terwijl je daar niet op wordt gefinancierd maar er wel op wordt afgerekend in inspectierapporten, is dat heel lastig.”
De reflex is dan begrijpelijk: eerst zorgen dat de eigen taak overeind blijft. Zeker in tijden van personeelstekorten, hoge werkdruk en financiële druk. “En dan komen wij met het verhaal: laten we lekker met elkaar gaan samenwerken”, zegt Jasper. “Dan moet je professionals er wel voor uitrusten.” Pieter ziet dat net zo. “We hebben misschien niet voldoende mensen of geld, maar wat kunnen we slim doen op het gebied van automatisering en samenwerking?”
“Ik beschouw het als geslaagd als Samen Onder Handbereik voor ons een aanjager in ontwikkeling is”, zegt Pieter. “Het helpt ook om daar gezamenlijke taal te vinden: wat verstaan we bijvoorbeeld onder een onderzoek?” Ook Jasper ziet dat als essentieel. Hij en zijn collega’s hebben de vijftien samenwerkfuncties in theorie bedacht, maar zoeken steeds naar concrete problemen uit de praktijk om ze te toetsen. Wat zegt het OM? Waar loopt politie tegenaan? Wat vraagt de Raad voor de Kinderbescherming? Waar heeft Veilig Thuis behoefte aan? “Zo luisteren wij goed naar waar partners samenwerkingsproblemen ervaren”, zegt hij. “En dan kijken wij: zou deze functie daar de uitkomst voor kunnen zijn?”
‘Winst voor de één is winst
voor het hele netwerk’
Dat vraagt om ambassadeurs. Partners die hun nek uitsteken, ook omdat digitaliseringstrajecten kunnen mislukken. Pieter en Veilig Thuis doen dat bij de verrijkingsverzoeken. Andere partners doen dat op andere onderdelen. “We staan als netwerk gezamenlijk voor deze opgave”, zegt Jasper. “De winst voor de één wordt ervaren als winst voor het hele netwerk.”
De verleiding in landelijke trajecten is vaak groot: meteen alles willen oplossen, voor iedereen. Jasper gelooft daar niet in. “Wij proberen het eerst klein te maken, te laten werken en vervolgens opschaalbaar uit te rollen”, zegt hij. “Groots en meeslepend heb ik in de praktijk nog nooit zien werken.”
Het is de manier waarop Samen Onder Handbereik duurzaam probeert te worden. Een samenwerkfunctie goed doordenken. Een concreet probleem oplossen. Een toepassing werkend krijgen. En daarna verbreden. Pieter ziet dat bij de verrijkingsverzoeken. Wat begon als een vraag tussen Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming, roept al snel bredere vragen op. Moet Jeugdzorg Nederland aanhaken? Kunnen andere partners in de slipstream mee? Kan wat één keer goed is bedacht breder worden toegepast? Pieter: “De techniek is voor ons ontwikkeld, maar je wilt die ook toepassen voor andere partners.”
Voor Pieter is het initiatief geslaagd als het de komende jaren een aanjager blijft. Als het netwerk telkens kan terugkijken op wat er staat, dat kan verstevigen en van daaruit verder kan bouwen. Voor Jasper is Samen Onder Handbereik geslaagd als het netwerk informatievoorziening echt als gezamenlijke opgave gaat zien. Als bestuurders de visie omarmen. Als partners blijven afstemmen hoe informatievoorziening hun samenwerking beter kan maken. “Als dit beklijft en we als netwerk elkaar blijven vasthouden en gezamenlijk aan informatievoorziening blijven werken vanuit één richting, dan ben ik razend enthousiast.”
Voetbalplaatjes die je juist niet wilt sparen maken verborgen geweld bespreekbaar
Terwijl Nederland zich opmaakt voor het WK voetbal, vragen Politie, Openbaar Ministerie, Landelijk Netwerk Veilig Thuis, de drie reclasseringsorganisaties, Slachtofferhulp Nederland, Jeugdzorg Nederland en de Raad voor de Kinderbescherming aandacht voor een realiteit die tijdens de voetbalgekte vaak buiten beeld blijft. Voor veel mensen staat het toernooi in het teken van gezelligheid en samenzijn, maar in sommige gezinnen kunnen oplopende emoties, meer tijd samen, en alcoholgebruik juist leiden tot extra spanningen. Daarom lanceert het netwerk de WK-actie Spaar ze allemaal niet: een stickerboek met voetbalplaatjes die niemand zou moeten willen verzamelen, bedoeld om signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling bespreekbaar te maken.
Jaarlijks krijgen naar schatting 1,3 miljoen Nederlanders te maken met huiselijk geweld of kindermishandeling. Het gaat daarbij niet alleen om fysiek geweld, maar ook om vernedering, intimidatie, controle, bedreiging en psychisch geweld.
Organisaties als Veilig Thuis, politie en hulpverlening herkennen dat bestaande spanningen thuis juist ook toenemen tijdens grote collectieve momenten. Dat geldt voor sporttoernooien zoals het WK, maar ook voor feestdagen en andere periodes waarin mensen intensiever samen zijn. Juist daarom grijpt het Landelijk Netwerk Zorg en Straf het WK aan om aandacht te vragen voor een probleem dat het hele jaar door achter veel voordeuren aanwezig is.
Internationale onderzoeken bevestigen dit beeld. Verschillende studies laten zien dat meldingen van huiselijk geweld rondom grote sportevenementen toenemen. Onderzoekers wijzen daarbij onder meer op de rol van emoties, spanning, alcoholgebruik en reeds aanwezige problemen binnen relaties. Als Oranje speelt kan er thuis dus ook nog iets heel anders spelen.
Janine Janssen, lector Geweld in afhankelijkheidsrelaties en auteur van Het geweld achter cijfers, benadrukt dat het niet gaat om een probleem dat door sport wordt veroorzaakt: “Grote voetbaltoernooien leggen geen nieuw probleem bloot, maar kunnen vergroten wat er al speelt. Juist daarom is het belangrijk om alert te zijn en hulp zichtbaar te maken. Teleurstelling, boosheid of spanning zijn nooit een excuus voor geweld. Door daar open over te communiceren, kun je voorkomen dat situaties verder escaleren.”
Het netwerk ontwikkelde het voetbalplaatjesboek Spaar ze allemaal niet. Het boek speelt met de herkenbare beeldtaal van de klassieke voetbalplaatjes, maar bevat geen voetbalhelden. In plaats daarvan krijgen gedragingen als kleineren, controleren, bedreigen, vernederen, gaslighting en kindermishandeling een symbolische rode kaart.
Met de actie willen de initiatiefnemers een gesprek op gang brengen over gedrag dat vaak verborgen blijft, maar grote gevolgen heeft voor slachtoffers en hun omgeving. Het boek richt zich óók direct tot wie woede en agressie niet kan beteugelen, en geeft tips en tricks om te voorkomen dat de spanning te hoog oploopt.
De campagne richt zich nadrukkelijk ook op mensen die merken dat spanning, boosheid of controlegedrag thuis kunnen oplopen.
Remi Postelmans weet hoe belangrijk dat is. Hij gebruikte in het verleden zelf geweld tegen zijn partner en begeleidt inmiddels mannen die geweld gebruiken of dreigen te gebruiken: “Veel mensen denken dat hulp zoeken pas nodig is als het mis is gegaan. Maar juist daarvoor ligt het belangrijkste moment. Weglopen, iemand bellen of advies vragen is geen zwakte. Het kan voorkomen dat je iets doet waar je later spijt van krijgt.”
Ook omstanders kunnen een belangrijke rol spelen. Familieleden, vrienden, collega’s, buren en vrijwilligers zijn vaak degenen die als eerste signalen opvangen en iemand kunnen helpen de stap naar ondersteuning te zetten.
Spaar ze allemaal niet is een initiatief van het Landelijk Netwerk Zorg en Straf, een samenwerkingsverband van Politie, Openbaar Ministerie, Landelijk Netwerk Veilig Thuis, de drie reclasseringsorganisaties, Slachtofferhulp Nederland, Jeugdzorg Nederland en de Raad voor de Kinderbescherming.
Meer informatie over de campagne is te vinden op: spaarzeallemaalniet.nl
Minister David van Weel bracht een werkbezoek aan het Landelijk Netwerk Zorg Straf in Breda. Tijdens het bezoek stond de gezamenlijke aanpak van femicide en gendergerelateerd geweld centraal.
In gesprekken met vertegenwoordigers van Veilig Thuis, politie, Openbaar Ministerie en andere partners werd duidelijk hoe belangrijk het is om signalen van onveiligheid vroegtijdig te herkennen en gezamenlijk op te pakken. Binnen de aanpak Veiligheid Voorop werken zorg-, veiligheids- en strafpartners steeds nauwer samen om risico’s eerder in beeld te krijgen, informatie te delen en passende interventies in te zetten.
Tegelijkertijd werd benadrukt dat de landelijke beleidslijn Veiligheid Voorop staat, maar dat de uitvoering in de regio’s nog niet overal vanzelfsprekend is. Verschillen in regionale organisatie, financiering en de gevolgen van decentralisatie maken een eenduidige aanpak soms uitdagend.
Een bijzonder onderdeel van het bezoek was het gesprek met ervaringsdeskundige Sabrina. Zij deelde haar persoonlijke verhaal over het overleven van een situatie die had kunnen eindigen in femicide. Haar bijdrage onderstreepte het belang van het betrekken van ervaringsdeskundigen bij beleid en praktijk. Ook vroeg zij aandacht voor een stevige plegeraanpak.
Tijdens het werkbezoek werd eveneens gesproken over de voorgenomen strafbaarstelling van psychisch geweld. De aanwezige professionals waren eensgezind dat dit een belangrijke stap kan zijn in de aanpak van dwingende controle en partnergeweld, mits dit gepaard gaat met goede mogelijkheden voor signalering, bewijsvoering en handhaving.
Het bezoek maakte opnieuw duidelijk dat het voorkomen van femicide vraagt om blijvende samenwerking tussen zorg, veiligheid en strafrecht. Alleen door eerder te signaleren, eerder te handelen en gezamenlijk op te trekken, kunnen we bijdragen aan meer veiligheid voor slachtoffers en hun omgeving.














In een acuut onveilige situatie is er altijd afstemming tussen de politie en Veilig Thuis en als het nodig is met andere partners. Als het kan, gaan zij samen ter plaatse. Door ter plaatse informatie samen te brengen, kan de veiligheidsbeoordeling beter en sneller worden gemaakt.
“Betrokkenen staan in een crisissituatie meer open voor hulp. Dat helpt ons om veiligheidsmaatregelen effectiever in te zetten.”